Volledig rapport Haakse Zeedijk

Download het volledige rapport als PDF.

 

“De Zee stijgt,wat te doen????” door Rob van den Haak 28-2-2018

De zee stijgt, de rivieren met open verbinding naar zee, stijgen mee en Nederland zakt. Het risico van een combinatie storm en hoge rivieraanvoer groeit daardoor met de dag! Tijdens storm moeten we dat rivier water ondanks hoge zeewaterstand kunnen lozen. Grotere opvangbekkens dan bij de huidige Deltawerken zullen dan de enige oplossing zijn.

Een opwarmend klimaat kan abrupte veranderingen in gang zetten zoals het versneld afkalven van ijskappen, het verdwijnen van zee ijs in het Noordpool gebied, het ontdooien van permafrost gebieden en daardoor veranderingen van oceaanstromingen. Voor Nederland als laagliggend en dichtbevolkt land maar ook voor heel noordwest Europa kunnen de gevolgen van die klimaatverandering fataal zijn. Tegen de kust gesuppleerd zand wordt  door stormgolven en stroming weer zeewaarts gestuwd  en verdwijnt naar de Waddenzee. Zandsuppleties zullen daarom steeds intenser moeten gebeuren. Nu 12  miljoen kubieke meter per jaar. RWS schat dat het in 2100 ca 60 miljoen m3 zal worden. Bij 5 €/m3 en  een gemiddelde inflatie van 1,5% zouden de kosten tot in 2100 op 38 miljard euro  komen. Onze rivieren, verbonden met de Nieuwe Waterweg stijgen met het zeeniveau mee en moeten dus continu de polderdijken, sluizen e.d. aangepast worden à ….euro’s. Het merendeel van onze bevolking zal bij een watersnoodramp niet kunnen evacueren. Als er 60.000 vluchtelingen naar Nederland komen is het hele land in rep en roer. Indien er 8 miljoen Nederlanders naar Duitsland zullen moeten vluchten is men dáár óók niet zo blij mee, vooral omdat deze Neder-landers dan volslagen berooid zijn. Hun onroerend goed is niets meer waard, want hun huizen, landbouwgrond, industrie, fabrieken, havens, etc. staan onder water en kunnen dus niet meer verkocht worden. Hun overheid is eveneens failliet, want er zijn dan geen belasting opbrengsten meer.                                                     Bij een zeespiegelstijging van 6 meter of meer zijn het niet alleen vele miljoenen Nederlanders tot klimaatvluchteling geworden die hun landbouwgronden, industrie, huizen etc. zijn kwijtgeraakt. Zelfs heel Denemarken, driekwart van Duitsland en landen rond de Oostzee zullen er niet aan ontkomen! Preventief investeren in grotere wateropvang is veruit het meest efficiënt.

De totaaloplossing. Maak voor de kust een drietal bekkens waar onze rivieren in uitstromen en met een gemiddeld peil van 0 m NAP worden gehandhaafd. Onze rivieren, polders en het IJsselmeer kunnen dan de bestaande dijken en infrastructuur behouden zonder ze op te hogen De waterveiligheid, zoetwater problemen en verzilting zijn dan definitief opgelost. Met gericht bij eb en vloed te spuien, wordt in de bekkens een blijvende en verversende ringstroom gecreëerd en kunnen de huidige stranden hun functie behouden. Een hoge rivier-aanvoer zal een maximum verhoging in de drie bekkens geven van 1,5 m, hetgeen in drie to zes weken kan worden gespuid en later over een eeuw zeewaarts gepompt worden. Er is dus een relatief lage pompcapaciteit nodig is. Binnenlands zal dit een aanzienlijke besparing op het onderhoud van rivierdijken, sluizen, bruggen en gemalen geven, omdat ze niet meer aan de zeeni-veaustijging aangepast hoeven te worden. Alleen al de aanleg van het Zuidbekken vergroot de noodberging voor rivierwater aanzienlijk. Voor de nieuwe kust opgestelde golf-dempers, die stormgolven naar anderhalve meter hoogte dempen, beschermen die zeedijk en houden het zand vast, Ze kunnen het zand zelfs zuidwaarts sturen. Het IJsselmeer stroomt via een kanaal bij Den Helder in het Noordbekken uit.  Door de dijk aan de oostzijde met een ca 3 kilometer breed +5M NAP  woon/natuurgedeelte uit te breiden kan men onderloopsheid van de zeedijk voorkomen.

Het zand voor het opspuiten va die dijk komt uit vier kilometer brede -45 m NAP diepe sleuven in de bekkens welke zowel op veilige afstand van het strand als van de vijf kilometer brede dijk ligt. Door het zand in de bekkens op te zuigen worden de kosten aanzienlijk gereduceerd. Eén bekken neemt ongeveer twaalf jaar in beslag. Hopperzuigers halen het zand ca 20 km uit de nieuwe kust en lossen dit via hun bodemluiken. Speciale dubbelladder zuigers worden daarna ingezet welke tijdens het zuigen de ene zuigbuis dieper afstellen dan de andere en visa versa, waardoor  tijdens hun draaibeweging in één keer twee lagen worden opgezogen. Ze hebben daardoor een dubbele capaciteit (60 miljoen m3) en met dezelfde bemanning als twee  ladderzuigers samen. Ze verplaatsen hun eigen ankers en met hun draaipoot kunnen ze zowel zijwaarts als voorwaarts bewegen. Nadat de dijk klaar is spuit men het 3.5 km brede +5m NAP woon- en natuurdeel aan de oostzijde op.  Zie de         Bij alleen zandsuppletie zullen tot 2100 de kosten alleen al aan onderhoud en aanpassingskosten van huidige polder- en rivierdijken plus sluizen tot 2100 110 tot 160 miljard euro bedragen. De aanleg van sluizen in de Nieuwe Waterweg lost het probleem bij een combinatie van storm en hoge rivieraanvoer niet op.                                                                                                                             De aanlegkosten van de Haakse Zeedijk, inclusief golfdempers en spuisluizen, bedraagt ca 90 miljard euro, is voor vele eeuwen houdbaar en maakt ophogen van huidige rivierdijken, sluizen en bruggen overbodig en kan in 40 jaar een feit zijn.

Het is de enige veilige oplossing voor vele eeuwen. De huidige plannen om windturbine parken op dezelfde plek en de elektrische  leiding die de zuigsleuf  kruisen zal, ook financieel, veel moeilijkheden opleveren. Ze zouden op die dijk ook 25 m kortere palen en een lichtere fundatiegeplaatst kunnen worden.

Om Schiphol, Rotterdam een de omwoners daarvan te ontlasten kan in het Midbekken ook een vliegveld worden geplaatst.                                                                                               .                                               .                         www.haaksezeedijk.1holland.eu; haakdijk@xs4all.nl; 085 8769134.

.

De Haakse  Zeedijk

Golfdempers houden het langsstromende zand voor het strand vast, kunnen het laten passeren of weer zuid-waarts sturen. Ze worden vanaf de kust gedirigeerd

 

Golfdempers


Publicaties

www.haaksezeedijk.nl

27 mrt 2014

R.van den Haak, ing

Ir. D.Butijn

Inhoud

Pagina

.    De zee stijgt, wat te doen?, R.van den Haak

1. Diaseries van De Haakse Zeedijk en Golfdempers

2. Proactief omgaan met zeespiegelstijging, prof Vellinga,  7 dec 2012, Bart van den Dikkenberg

4. Het echte probleem met een echte oplossinfg, Leendert van Melle 2007                                                                  . 5. Reactie Piet Velliga op “Het plan Waterkeringen 2.0”, doorbraakvrije Dijke, 14 feb 20138.De leden van de      . 6. Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu, 2e Kamer.Deltaprogramma Rijnmond- Drechtsteden . 9. De Haakse zeedijk

13. Drijvende golfdempers, ir. D.M.Butijn en R.van den Haak

16. Zandsuppletie versus golfdempers

17. Wat is hun effect op langs- en dwarstransport?

21. De kust als zandrivier

22. Ruimtelijke onderbouwing zwakke schakels Noord-Holland Hoogheemraadschap noorderkwartier, 5-4-13

24. Delft delft het onderspit, Prof dr. Ir. Han Vrijling Leeuwenhoeklezing 24 juni 2012

25. Geef ons heden ons dagelijks brood en af en toe een watersnood, Cordula Rooyendijk, 2009

36. Uit “Meester van den zee”, over Johan van Veen, 2003

40. Deltaplan springplank voor motivatie

41. Extreme zeespiegelstijging zal Nederland ontvolken

43. Deltacommissaris kijkt meer naar de markt, techn.weekbl, Rob Bakker, 3 dec 2011

44. Dam in Westerschelde onvermijdelijk, Paul Schipper, BN de Stem, 2010

45. Wat zal de radicale innovatie zijn in 2010, Rico Sies, RWS

46. De natuur helpt ons altijd een handje, Joost Panhuijsen, Delft Integraal

47. Nederland is onvoldoende voorbereid, NRC, 21 aug 2007

48. Nederland zal nooit af zijn, Marcel Stive, door Joost Panhuijsen, 2008

51. Uit “Dialoog met de Noordzee”, H.A. Ferguson 10 juli 2009.

56. Valmeer in de Noordzee, KEMA, ing Lievense.

57. Dynamische kust; Zee en zand in balans, uit webside van Deltares

59. Inpolderen om de kust te beschermen, Ingenieur, 6 juli 2007

62. Zandbeweging langs de kust, NCB Naturalis

64. De mythe van droge voeten doorgeprikt, G.C.Heems en  B.L.M. Kotshuis, 19 sept.2012

66. Laatste nieuws zeespiegelstijging, 15 nov 2012 Adiël Klompmaker

65. Golfdempers voor de kust, De ‘Startnotitie dijkversterking Zwakke schakel Hondbossche Zeewering‘

 

Dick Butijn [d.butijn@planet.nl] en Rob vd Haak [haakdijk@xs4all.nl]

Zie ook:Effect van zandsuppleties op de kust en het wad - Deltaproof

http://www.rijkswaterstaat.nl/images/Rapport%20Kustlijnkaarten%202014_tcm174-355402.pdf

Vellinga: Proactief omgaan met zeespiegelstijging 06-12-2012 07:02 | gewijzigd 07-12-2012 16:57 | Bart van den Dikkenberg
                                                       Eilandstaten en laaggelegen rivierdelta’s kunnen hun borst natmaken. Met de versneld stijgende zeespiegel zullen eilanden in de oceaan kopje-onder gaan en delta’s geregeld overstromen, is de verwachting. De zeespiegelstijging is een direct gevolg van de opwarming van de aarde, legt Vellinga uit. „Als het warmer wordt, smelten de ijskappen en stijgt de zeespiegel. Dat begrijpt iedereen.” Ook het uitzetten van zeewater en het oppompen van grondwater zijn oorzaken van een rijzende zeespiegel.                                                   „Een stijging van 0,5 tot 1 meter lijkt onontkoombaar. Daar moeten we mee leren omgaan. Een weg terug is er ook niet. Uit de metingen blijkt dat de zeespiegel de laatste jaren sneller stijgt dan voorheen, van 1 à 1,5 naar 3 à 3,5 millimeter per jaar.”                                                                                                                            De hoogleraar beseft dat er nog te veel onzekere factoren bestaan om harde uitspraken te kunnen doen over de gevolgen daarvan. „Wij laten klimaatscenario’s los op de wereld van nu en trekken vervolgens schokkende conclusies voor de toekomst. Ik wil die nu direct relativeren, want onze wereld verandert ook; wij weten niet waar mensen in 2100 wonen of hoe ze in hun levensonderhoud voorzien.”                                                                                                                                                                                                                                         Voor het voortbestaan van de eilandstaten vormt de versnelde zeespiegelstijging nu nog geen bedreiging, stelt Vellinga. „De eilanden zijn zeker kwetsbaar: ze steken soms nauwelijks een meter boven de zeespiegel uit. Wanneer we er echter nuchter naar kijken, is de huidige zeespiegelstijging nog steeds millimeterwerk, maar de trend is duidelijk.”

.                Volksverhuizing Met het oog op de toekomst doen de laaggelegen eilandstaatjes er dus verstandig aan elders een goed heenkomen te zoeken, meent Vellinga. „De Nederlandse Deltacommissie Veerman houdt tot het jaar 2100 rekening met een stijging van de zeespiegel tussen de 40 en de 120 centimeter. Een deltaplan voor de eilanden is onbetaalbaar: ze liggen midden in de oceaan; en het grootschalig ophogen ervan is lastig.”                                                                                    In de wetenschappelijke literatuur is geopperd dat de stijgende zeespiegel een volksverhuizing op gang zou kunnen brengen. Klimaatverandering is volgens Vellinga echter nooit de enige oorzaak voor een hausse aan klimaatvluchtelingen. „Het is een kip-of-eiverhaal. Zijn het de sociaaleconomische motieven en geeft het veranderende klimaat mensen het laatste duwtje om te vertrekken, of werkt het precies andersom? Dat is in deze discussie lastig te bepalen.”                                                                                                         Rivierdelta’s hebben meer mogelijkheden dan eilandstaten om de gevolgen van de zeespiegelstijging tegen te gaan. „In delta’s waar rijst wordt verbouwd, zoals in Bangladesh, kunnen mensen bijvoorbeeld op terpen gaan wonen. Tijdens de moesson zetten overstromingen elk jaar een laag vruchtbare klei af, waardoor de delta met de zeespiegel kan meegroeien.”                                                                                                                  De Italiaanse stad Venetië probeert de bodem van een klein eilandje in de lagune op te krikken door er water in te injecteren; anderen willen zuur in kalkhoudende bodem spuiten waardoor deze zou opzwellen, weet Vellinga. Hij vindt dergelijke vormen van geo-enigineering echter behoorlijk riskant. „We kennen de gevolgen op de lange termijn niet.”

Nederland speelt wat hem betreft een voortrekkersrol in het omgaan met de zeespiegelstijging. Er  wordt nagedacht over doorbraakvrije dijken en voor de kust hebben geregeld zandsuppleties plaats. „Het strand groeit daardoor op een natuurlijke manier mee met de zeespiegel.”                                                                        Sommige gebieden ontkomen er niet aan dat er soms wat water over de vloer klotst, denkt de hoogleraar. „Het is verstandig om ons daarop ook voor te bereiden. Dijken zijn nooit absoluut veilig.” Hij noemt Dordrecht als lichtend voorbeeld. „Die stad wil zelfredzaam zijn. Er liggen draaiboeken klaar om bij een doorbraak alle inwoners binnen het eiland van Dordrecht op te vangen. Nieuwbouwwijken op kwetsbare buitendijkse plekken bij Dordrecht en Rotterdam worden er al op voorbereid: de stopcontacten worden er hoger in de muren geplaatst.”                                                                                                                                                      Door de eeuwen heen heeft Nederland met vallen en opstaan geleerd van watersnoodrampen. Vellinga: „De meeste landen dempen de put pas als het kalf verdronken is; dat zag je bijvoorbeeld in de VS na de orkaan Katrina in 2005 en dit jaar met Sandy. Met ons onderzoeksprogramma ”Kennis voor klimaat” en met het Deltaprogramma pakken we de klimaatdreiging proactief aan: we leren van de fouten van anderen en bereiden ons vroegtijdig voor op de zeespiegelstijging die komen gaat.”

Rekenen aan het klimaat Klimatologen hebben tamelijk goed in de vingers hoe het klimaat reageert op een verhoging van het CO2-gehalte in de atmosfeer, aldus prof. Pier Vellinga. In 1981 stelde de Amerikaan Jim Hansen, hoogleraar geotechnische wetenschappen aan de California Polytechnic State University, in een publicatie dat de temperatuur op aarde elke tien jaar 0,15 tot 0,20 graden Celsius zou stijgen. Het VN-klimaatpanel IPCC bevestigde deze cijfers in zijn eerste rapport in 1990.                                                                                                                                          Vorige week maakte Michel Jarraud, directeur van de Wereld Meteorologische Organisatie, op de VN-klimaattop in Doha bekend dat de temperatuur 0,45 graden hoger ligt dan in de voorgaande periode. „De voorspelde trend blijkt dus te kloppen. De klimaatverandering verloopt al dertig jaar keurig volgens het boekje”, aldus Vellinga.                                                                                                                                                             Sinds het begin van de vorige eeuw is de aarde 0,74 graden warmer geworden, aldus het IPCC in het laatste rapport in 2007. Klimatologen voorspellen dat de aarde in 2100 tussen de 1,5 en de 4,5 graden warmer zal worden, wanneer de mensheid niet ingrijpt op de uitstoot van CO2. „De vorige eeuw was de trend richting 4,5 graden Celsius temperatuurstijging, de laatste jaren gaat het echter richting 1,5 graden erbij tot 2100”, analyseert Vellinga.                                                                                                                                       .           „Hansen berekende onlangs dat wanneer de concentratie CO2 in de atmosfeer stijgt tot boven 0,045 procent, de planeet volledig ijsvrij wordt. De afgelopen dertig jaar is het CO2-gehalte gestegen van 0,028 procent naar 0,039 procent. Binnenkort volgt een publicatie van zijn berekeningen in het vaktijdschrift Science of Nature”, weet Vellinga. In de ijskappen van Antarctica en Groenland ligt 29 miljoen kubieke kilometer ijs, genoeg om de zeespiegel 70 meter te laten stijgen. „Dat zou een regelrechte zondvloedervaring worden voor een groot deel van de wereldbevolking.” Zover is het volgens de hoogleraar nog lang niet: momenteel stijgt de zeespiegel 3,1 millimeter per jaar.

Daarvan was tot 1992 0,27 millimeter afkomstig van smeltend ijs; inmiddels is dat 0,95 millimeter, zo bleek vorige            week uit onderzoek van professor Michiel van den Broeke van de Universiteit Utrecht.                                                                                                                                      Daarnaast nemen de oceanen voortdurend warmte op uit de atmosfeer; het zeewater warmt op en zet uit,           waardoor de zeespiegel elk jaar met 1,9 millimeter stijgt. Wetenschappers hebben berekend dat wanneer                    het oceaanwater 1 graad warmer wordt, de zeespiegel wereldwijd met 1 meter omhoog komt. „Dat proces                duurt naar verwachting honderden jaren. Zouden we de uitstoot van CO2 vandaag kunnen beperken, dan  ijlt            de uitzetting van zeewater nog eeuwenlang na”, aldus Vellinga.                                                                                                   De mensheid is ook direct verantwoordelijk voor de zeespiegelstijging door het oppompen van grondwater. Stuw-dammen dempen dat effect nog enigszins, aldus Vellinga. Volgens het VN-klimaatpanel IPCC is daaraan             een kwart van de rijzende zeespiegel (0,8 millimeter per jaar) te wijten. (De 3600 km2 DHZ ook)                                         Door het smelten van de ijskappen en het uitzetten van oceaanwater stijgt de zeespiegel intussen gestaag, volgens het laatste IPCC-rapport uit 2007 met 18 tot 59 centimeter tot 2100. Andere schattingen komen   uit                   op minimaal 7 centimeter, terwijl de zeespiegelstijging volgens de US National Research Council oploopt tot                  2 meter in 2100.

„Die 2 meter is een realistische bovengrens voor een heel somber scenario”, legt Vellinga uit. „De kans daarop                   is echter 0,1 procent. De Nederlandse Deltacommissie hanteert 1,2 meter als pessimistische bovengrens.         De  kans daarop schatten we op 5 procent. De meest waar- schijnlijke schattingen komen uit op 40 tot 80 centimeter.” Hoewel de trend duidelijk is, zijn er nog veel onzekerheden in de opwarming van de aarde die een preciezere  schatting onmogelijk maken, vervolgt de hoogleraar. „Een daarvan is het gedrag van waterdamp.      Als we meer wolken krijgen, veroorzaakt dat meer schaduw en afkoeling. De waterdamp kan echter ook in ijskristallen gaan zitten op 5 tot 10 kilometer hoogte. Die ijsnevel houdt juist extra warmte vast.”                            Soms staan wetenschappers voor verrassingen, vertelt Vellinga. „We zijn echt geschrokken van de snelheid waarmee het Noordpoolijs verdwijnt en de snelheid waarmee de ijskappen van Groenland en Antarctica      smelten. Is het reflecterende ijs van de Noordpool eenmaal vervangen door oceaanwater –dat  gemakkelijk  warmte opneemt– dan zullen de wereldwijde opwarming en de stijging van de zeespiegel nog sneller gaan.”

Het echte probleem met mogelijk een echte oplossing! www.ikmaakmezorgen.nl (Leendert van Melle)

Zierikzee, 6 oktober 2007. Door continue met de Wester-scheldeproblematiek bezig te zijn, kom je steeds meer informatie tegen. De titel van mijn website blijkt meer en meer terecht gekozen te zijn, want ik begin me echt zorgen te maken omdat men de echte problemen vervangt door schijnproblemen en de burger aan het lijntje houdt, terwijl de informatie waar het écht om gaat wel degelijk beschikbaar is.

Het échte probleem Als de zeespiegelrijzing doorzet (0,5 tot 1 meter) dan zal in combinatie met de daling van de bodem en de vele regen in de winter een onoplosbaar probleem ontstaan. De enorme hoeveelheid rivier- en regenwater kan niet meer afgevoerd worden. Immers, bij een superstorm gaan de Maeslantkering en de kering in het Haringvliet dicht en kan er geen water afgevoerd worden. Door de zeespiegelrijzing is de lozings-capaciteit door het kleinere hoogteverschil sowieso sterk verminderd. Dit heeft men bij het besluit om de Maeslantkering en de Haringvliet-kering te bouwen geen belangrijke parameter gevonden of gezegd: "De oplossing van die situatieis is voor latere generaties." Besluitvormers hebben vaak een kort geheugen, want de watersnood in 1916, welke aanleiding was voor het bouwen van de Afsluitdijk, vond plaats door de combinatie van een stormvloed en hoge afvoer van de rivieren (zie wikipedia) (Toen al!) En de rivieren stijgen immers mee mee het zeeniveau!

Deeloplossingen helpen niet
Veel oplossingen die nu aangedragen worden lossen dit echte probleem niet op. Of het nu gaat om de "Bosvariant" (extra zandsuppletie of riffen voor de kust (Royal Haskoning) of eilanden voor de kust (Adriaan Geuze) of de Comcoast-benadering, bij al deze varianten stijgt het zeeniveau voor de kust. Als door de zeespiegelrijzing de stormvloedkeringen steeds vaker dicht zullen moeten, zullen overstromingen door afvoerwater in de rivieren de grote bedreiging gaan worden. De zee is altijd als het grote gevaar gezien. Dat blijkt ook uit de wet op de waterkering, waarin vastgelegd is dat de kans op overstroming in Limburg 1 op 250, in de Betuwe, Overijsel en Gelderland 1 op 1250 is en voor de Zeeuwse en Hollandse kust een kans van 1 op 4000 tot 1 op 10000 vastgesteld is.
Een totaaloverzicht in combinatie met een lange termijnvisie vanuit de huidige kennis is noodzakelijk.
Het Deltaplan-denken moet op de schop.

Hoeveel zeespiegelrijzing kunnen we in Nederland hebben? Volgens het laatste IPCC rapport van de Verenigde Naties zal de zeespiegelrijzing voor de 21-ste eeuw zeer waarschijnlijk tussen 0,3 en 0,9 meter liggen. De beste schatting komt op 0,6 meter uit. Ter vergelijking: Van 1961 tot 2003 is de zee in werkelijkheid 1,8 mm per jaar gestegen. Per eeuw is dat 0,78 meter. Er is dus écht sprake van een versnelde zeespiegelrijzing.   Als ik naar de Oosterscheldekering kijk (foto: ANP/Jaap Wolterbeek), dan impliceert 0,6 meter zeespiegelstijging heel wat. Het hoogwater buiten bij de kering is NAP + 1,9 m bij springtij. Bij NAP + 3 m gaat de Oosterscheldekering al dicht. Er is nu dus maar ruimte voor 1 meter verhoging en dan moet de Oosterscheldekering al dicht. Dus aan het eind van deze eeuw zal de Ooster-scheldekering bij een gewone storm al dicht gaan. 's Winters zal de kering meer dicht dan open zijn. Voor het IJsselmeer is het ook problematisch. De Afsluitdijk voldoet nu al niet meer aan de Wet op de waterkeringen. Ik begrijp niet waarom de verhoging ervan niet op de lijst van 'Zwakke Schakels' gekomen is. Zal wel met financiën te maken hebben.
Het pijl in het IJsselmeer is in de winter NAP -0,4 meter. Nu is de gemiddelde laagwaterstand in de Waddenzee NAP -1 meter. Slechts een verschil van 0,6 meter. Met nog een paar dm zeespiegelrijzing komt het moment dat niet geloosd kan worden, omdat het pijl in de Waddenzee te hoog is, steeds vaker voor. Naar verwachting zal de hoeveelheid water die via het IJselmeer geloosd moet worden door de klimaatverandering verdubbeld worden. Zet de versnelde zeespiegel rijzing door dan zal het moment dat spuipompen ingezet moeten worden steeds dichterbij komen. Dat zelfde probleem doet zich bij andere riviermondingen aan zee voor. Dan komt het moment dat structurele aanpak noodzakelijk is. Nu is het moment voor die structurele beslissing. Niet voor niets is de nieuwe Deltacommissie onder voorzitterschap van oud-minister Veerman geïnstalleerd.                                                                                                                                                         De zeespiegelrijzing zal voor de natuur in de Delta en voor de Waddenzee enorme consequenties hebben. Tal van zandplaten zullen niet meer droogvallen. Men verwacht niet dat de aanvoer van zand voldoende zal zijn om de zeespiegelrijzing bij te houden. Maar de modellen waarmee men dit soort ontwikkelingen voorspelt zijn behoorlijk onnauwkeurig .                                                                                                                                                                Door verder land inwaarts dringen van de zogenaamde zouttong en door hogere druk op de zeekeringen zal steeds meer verzilting optreden.                                                                                                                                                 Duidelijk over de toekomst van de Waddenzee: "De Waddenzee verdwijnt, althans het ecosysteem zoals we dat nu kennen met wadplaten en geulen, die gevormd worden doordat bij vloed zand en slib de Waddenzee instroomt dat bij eb grotendeels terugspoelt naar de Noordzee. Met het verdwijnen van de platen raken de zeehonden hun rustplaatsen kwijt en zullen de steltlopers geen voedsel meer vinden in de slijkige wadplaten. Zelfs wadlopen zal dan verleden tijd zijn."

De Haakse zeedijk De nieuwe Deltacommissie zal naar het concept van de Haakse Zeedijk moeten kijken. Op de Noordzeedagen in 2003 hebben de heren Haak en Stokman hun ideeën al gepresenteerd.  Een concept als de 'Haakse Zeedijk' is het enige mij bekende concept dat met een structurele, langdurige oplossing komt. Het is een oplossing die minstens twee eeuwen zal meegaan.

De Deltacommissie zal moeten komen met een oplossing voor:                                                                           1.de zeespiegelrijzing; 2.de bodemdaling; 3.de rivieren stijgen mee; 4.'s winters meer water in de rivieren; 5.de verzilting; 6. energieopwekking   

De 'Haakse Zeedijk' pakt al deze problemen aan en biedt aanvullende oplossingen voor het ruimte tekort in Nederland.

Reactie Pier Vellinga op “Het plan Waterkeringen 2.0” van Matthijs Kok “Voor veiligheid tot 2040 focussen op multifunctionele, doorbraakvrije dijken” 14 februari 2013

 

Grotere dijkringen

Vellinga vindt het vergroten van de dijkringen ook een goede optie. Volgens hem kan daarmee de primaire aandacht gericht blijven op een minder lange waterkering en kunnen de onderhoudskosten lager worden en blijven. “Natuurlijk zal er dan bij doorbraak een groter gebied kunnen overstromen. Maar in de praktijk zal dat meevallen. Daar is veel water voor nodig en dat water heeft tijd nodig om binnen te stromen. Indien we met de vergroting van dijkringen tegelijkertijd de bestaande barrières in het landschap bewaren en daar waar de gelegenheid zich voordoet gericht versterken (meerlaagsveiligheid) kan het nadeel van grotere dijkringen worden opgeheven.”

 

Kosten

Vellinga constateert dat het plan van Matthijs Kok ten dele is gebaseerd op de gedachte dat waar je met weinig geld veel meer veiligheid kunt bereiken je dat zeker moet doen, bijvoorbeeld langs de duinenkust van Noord en Zuid-Holland. “Maar deze gedachte is door hem niet consequent doorgevoerd. En daarmee kom ik op een iets andere benadering, zonder het plan van Matthijs Kok tekort te willen doen.”

Multifunctionele waterkeringen

“Minstens zo belangrijk voor de veiligheid van Nederland in komende 30 jaar is de prioritering van versterkingswerken en de criteria die we daarbij hanteren. Ik wil daarom aandacht vragen voor een alternatieve aanpak. Eerder heeft Deltares laten zien dat indien we beginnen met over een lengte van 200 kilometer de meest kritische dijkvakken te versterken tot brede multifunctionele doorbraakvrije waterkeringen, dat we daarmee de maximale overstromingsschade en het aantal slachtoffers al met een factor 10 tot 100 kunnen verkleinen in Nederland.”

Plan Pier Vellinga

Een gegeven dat Vellinga bijzonder aanspreekt. “Immers wanneer je eenmaal een dijkvak aanpakt, doe het dan meteen goed. Dat wil zeggen: maak ze breed en multifunctioneel, zodanig dat ze doorbraakvrij zijn (of, voor de wetenschappelijke fijnproevers, nagenoeg doorbraakvrij). En begin daarmee met die dijkvakken die per euro aan investering de meeste extra veiligheid bieden. Noem dit het plan van Pier Vellinga.”

Prioritering

Bredere doorbraakvrije dijken bieden volgens Vellinga de mogelijkheid om de ruimte die een dijk nu eenmaal inneemt ook nuttig voor andere doeleinden te gebruiken. Bijvoorbeeld als natuurgebied, als fietspad, als recreatieterrein, of als industrieterrein, als woongebied, of als land- en tuinbouwgrond. “We zien nu dat onze geluidswallen hier en daar groter en breder zijn dan onze dijken. En inderdaad, er is ruimte voor een prioritering. Laat er dit jaar duizend plannen bloeien. Dat is van groot belang, om straks, in 2015, de beste Deltabeslissingen te kunnen nemen”, aldus de klimaathoogleraar.                     (WaterForum Online)

 

“Het voorstel van Kok is interessant om zo de broodnodige maatschappelijke discussie te starten. Inderdaad, verhogen van de veiligheidsnorm om daarmee de kans op overstroming te verkleinen is een goed idee. De huidige normen en de economische berekeningen waarop die zijn gebaseerd gaan volstrekt voorbij aan de indirecte schade en vervolgschade van een overstroming. Denk aan de maanden dat een deel van het land plat ligt. En wie gaat in tijden van klimaatverandering en zeespiegelstijging opnieuw investeren in een gebied dat zich laat verrassen door de zee of de rivier? Met de huidige normen, waaraan niet eens alle waterkeringen voldoen nemen we inderdaad veel te veel risico in Nederland.

Pier Vellinga

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Aan:  De leden van de Vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu - Tweede Kamer.

Betreft: Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden.

Geachte leden,

Ondergetekenden hebben u bij brief van 27 augustus 2013 gewezen op problemen bij de Stormvloed-kering in de Oosterschelde en op het verloren gaan van kennis en ervaring bij Rijkswaterstaat op het gebied van de waterbouwkunde. Met veel genoegen hebben wij kennis genomen van de maatregelen die de Minister van Infrastructuur en Milieu ter zake heeft genomen. In dezelfde brief hebben wij onze verwondering uitgesproken over het feit dat geen ervaren waterbouw-kundigen op leidinggevende posities in het Deltaprogramma zijn opgenomen.

Deze situatie was voor ons aanleiding ons te verdiepen in het voorstel van de Deltacommissaris aangaande  de regio Rijnmond – Drechtsteden. Wij hebben onze bevindingen in een conceptbrief aan u samengevat. Op verzoek van de DG Rijkswaterstaat (RWS) is deze brief aangehouden, teneinde RWS en het Deltaprogramma  de gelegenheid te bieden een onderzoek in te stellen naar onze bevindingen. Dat onderzoek heeft geresulteerd in een rapport van de onderzoekinstituten Deltares en ECORYS. Wij hebben per brief van 2 juli 2014 de Minister van onze reactie op het rapport in kennis gesteld. Op 3 september jl. heeft een gesprek van ons met de Minister en de DG RWS plaatsge-vonden, waarbij ook een aanvullende notitie onzerzijds aan de orde is gekomen. Nu de parlementaire behandeling van de Deltabeslissingen zijn aanvang neemt, stellen wij u graag op de hoogte.

De kern van ons commentaar op het Deltaprogramma 2015 van de Deltacommissaris betreft het in 2012 ter zijde leggen van de optie van een sluizencomplex in de Nieuwe Waterweg. Deze beslissing was voortijdig en gebaseerd op een niet geoptimaliseerd concept van sluizen in de monding van de Nieuwe Waterweg. In de afweging tussen dit concept en de optie met een voor de scheepvaart open/ afsluitbare Nieuwe Waterweg  met de Maeslantkering, is het begrijpelijk dat de voorkeur destijds uitging naar de laatste optie.

Onzerzijds is een alternatief concept met oostelijk gesitueerde sluizen voorgelegd. Naast de sluizen is een spuimiddel geprojecteerd. Omdat in de combinatie van een storm en hoge rivierafvoeren  een situatie ontstaat waarbij de rivieren uitstromen in een “badkuip” zonder afvoer, zouden  zeer hoge waterstanden ontstaan achter de sluizen. Dit is ook het geval achter  een gesloten Maeslantkering. Wij vinden dat een potentieel gevaarlijke situatie. Daarom wordt in ons concept het rivierwater via het Volkerak – Zoommeer afgeleid naar de Oosterschelde. Door de Stormvloedkering in de Ooster-schelde vroegtijdig te sluiten ontstaat een lage waterstand bij de Philipsdam en kan veel rivierwater op de Oosterschelde worden afgelaten. Als extra zekerheid  wordt naast de sluizen in de Nieuwe Waterweg een gemaal van 1000mᶟ/s en in bij voorbeeld de Haringvlietdam een gemaal van 2000 mᶟ/s geïnstalleerd. Met deze combinatie van maatregelen kan de waterstand op het Rijnmond-Drechtsteden bekken in de hand worden gehouden.

Wij kunnen dit met het volgende voorbeeld toelichten. Er is een gedetailleerd onderzoek naar het effect van extra waterberging in de Zuidwestelijke Delta uitgevoerd door het onderzoekbureau HKV. Op basis daarvan schatten wij globaal in, dat de zgn. maatgevende waterstand ( MHW) bij Rotterdam in 2100 in de orde van 1,5 m lager komt te liggen dan in het Deltaprogramma 2015. De MHW ligt daarmee zelfs aanzienlijk onder de huidige MHW. De waterstanden op het Rijnmond-Drechtsteden bekken zijn metterdaad goed in de hand te houden. En dat is in het gehele gebied het geval. Bij een dergelijke verlaging van de MHW kan een groot deel van de dijkaanpassingen in het gebied achterwege blijven. Ook het overstromingsrisico van de buitendijkse gebieden is daarmee in één keer opgelost.

Een verlaging van de MHW is bij inzet van de Maeslantkering niet mogelijk. De faalkans van 1 keer in de 100 sluitingen van deze kering is bepalend voor de MHW.  Berging op de Oosterschelde en de inzet van gemalen hebben met deze faalkans  geen of een zeer beperkt effect. Daarnaast merken wij het volgende op: In het programma Ruimte voor de Rivier wordt meer dan 2 miljard  geïnvesteerd om de MHW standen over het rivierentraject met enkele decimeters te verlagen. Een potentiële verlaging van 1,0 á 1,5 m in het Rijnmond-Drechtsteden gebied, verdient dan ook serieuze aandacht.

Doordat aanzienlijk op de kosten van dijkaanpassingen kan worden bespaard, is het totaal aan investeringen tot 2100 in ons concept tenminste gelijk, maar waarschijnlijk 1 à 2 miljard lager dan in Deltaprogramma 2015. Bovendien is ons concept duurzamer. Bij stijging van de zeespiegel van 1 m of meer, moet uit het oogpunt van veiligheid en zoetwater voorziening de Nieuwe Waterweg in ieder geval worden afgesloten en moeten gemalen worden ingezet om het rivierwater op zee te lozen.

In het Deltaprogramma 2015 wordt in een kader melding gemaakt van ons concept (zie bijlage). In het rapport van het door Deltares uitgevoerde onderzoek naar de effecten van ons concept wordt expliciet vermeld, dat berging op de Oosterschelde niet is doorgerekend op basis van kosten en effecten. Naar ons bleek liet hun berekeningsmodel deze variant niet toe. Het Deltares rapport geeft daarom aan dat de noodzakelijke dijkversterkingen vergelijkbaar zijn met die van de voorkeursstra-tegie. Dat is volstrekt onjuist. Omdat dit de essentie van ons concept raakt, distantiëren wij ons van de in het kader geformuleerde  conclusie, dat ons concept niet effectief is vergeleken met de gepresenteerde voorkeursstrategie voor Rijnmond-Drechtsteden.

Met meer oostelijk gesitueerde sluizen is de hinder voor de scheepvaart beperkt. Voor de oudere (stad)havens nemen de havenactiviteiten toch al af en vindt een ontwikkeling naar hoogwaardiger functies plaats. Ondernemers zien in de toekomst een verdere afname van traditionele havenacti-viteiten in de oostelijke havens. De hinder van sluizen voor de binnenvaart kan grotendeels worden gecompenseerd door het buiten werking stellen van de Volkeraksluizen. Ook dit onderdeel van ons concept is buiten beschouwing gelaten. De nadelen voor de binnenscheepvaart zijn dan aanzienlijk kleiner dan de in het rapport opgenomen onderzoekresultaten van ECORYS aangeven. Overigens merken wij op, dat de stagnatiekosten van de scheepvaart niet voor rekening van het Havenbedrijf komen. Deze kosten worden gedragen door (internationale) rederijen en de binnenvaart. Het haven-bedrijf krijgt te maken met de zgn. vervolgeffecten. Deze worden door ECORYS in 2050 geraamd op euro 4 miljoen/jaar in het lage economische groeiscenario en op euro 35 miljoen/jaar in het hoge groei scenario. Hoeveel waarde hieraan moet worden toegekend is onduidelijk. Zo ligt de groei van het container vervoer in Antwerpen (achter sluizen) hoger dan in Rotterdam.

De wens van het Havenbedrijf de Nieuwe Waterweg  ten westen van de sluizen  tot  in de Botlek verder te verdiepen, kan met het door ons bepleite sluizencomplex zonder nadelige gevolgen voor de verzilting worden uitgevoerd.

Een open verbinding Haringvliet – Volkerak Zoommeer verdient de voorkeur om het rivierwater in voldoende mate naar de Oosterschelde te kunnen afvoeren. De kwaliteit van het zoete Volkerak-Zoommeer kan worden verbeterd en verzekerd door in droge periode een deel van het niet meer via de Nieuwe Waterweg wegstromende rivierwater te gebruiken voor doorspoeling. Met een zoet Volkerak-Zoommeer wordt de zoute druk op het Zuidwestelijke deel van de Delta verminderd.

Het effect van het wegvallen van het zoute getij regiem in de Nieuwe Waterweg en verder stroomop-waarts moet worden afgewogen tegen de sterk verminderde  aantasting van het leefmilieu voor bewoners, overlast voor bedrijven, landschappelijke aantasting en milieueffecten als gevolg van dijkaanpassingen. Deze aspecten worden in het Deltaprogramma 2015, voor de aanzienlijk hogere MHW standen, “ondervangen” door elke dijk te zien als een ruimtelijk concept en een meekoppel-kans.  De kosten zijn voor dit type oplossingen een orde hoger dan traditionele dijkversterkingen. Bij de vraag of deze kosten voor de honderden kilometers aan te passen dijk in de ramingen zijn voor-zien, plaatsen wij een vraagteken. Hetzelfde geldt overigens voor de kosten verbonden aan het over-stromingsvrij maken van de buitendijkse gebieden. In dit verband wijzen wij ook op hetgeen over de kosten wordt opgemerkt in het Deltaprogramma 2015 op blz. 126. Citaat:

“Financieel beeld opgaven Deltaprogramma tot 2050. In deze fase kan de inschatting niet anders zijn dan een eerste indicatie van de kosten op een hoog abstractie niveau. De gepre-senteerde bedragen kennen elk een forse bandbreedte“.

Voor ondergetekenden zijn de ramingen een “black box”.

Sluizen heffen de aan verzilting verbonden nadelen en risico’s grotendeels op. In warme droge perioden met lage rivierafvoeren, is er een aanzienlijke hoeveelheid  zoetwater beschikbaar voor de vitale functies die daarvan afhankelijk zijn. De investering daarvoor is verdisconteerd in de hiervoor vermelde bedragen. Het moge duidelijk zijn dat de beschikbaarheid van voldoende zoetwater zo aanzienlijk robuuster is dan in het Deltaprogramma 2015.

Samengevat:

  1. 1. Het besluit in 2012 om de optie met sluizen in de Nieuwe Waterweg niet verder als kansrijke optie te ontwikkelen, was ontijdig en gebaseerd op een niet geoptimaliseerd concept.
  2. 2. In de situatie met meer oostelijk gesitueerde sluizen, een spuimiddel, het aflaten van hoge rivierafvoeren op de Oosterschelde tijdens storm en het inzetten van gemalen, kunnen de maatgevende waterstanden aanzienlijk worden verlaagd. Daardoor kan een groot deel van de dijkverzwaringen worden vermeden. Het overstromingsrisico van de buitendijkse gebieden wordt opgeheven. Deze situatie met een beheersbaar bekkenpeil is substantieel veiliger dan die in het Deltaprogramma 2015.
  3. 3. De investeringen zijn ten hoogste gelijk, maar waarschijnlijk euro 1 à  2 miljard lager dan in het Deltaprogramma 2015.
  4. 4. De hinder voor de scheepvaart van de sluizen blijft, maar is beperkt en zeer veel lager dan in de optie uit 2012 met sluizen in de monding van de Nieuwe Waterweg.
  5. 5. De nadelen van het wegvallen van het zoute getij ecosysteem moeten worden afgewogen tegen de sterk verminderde aantasting van het leefmilieu voor bewoners, overlast voor bedrijven, landschappelijke aantasting en milieueffecten als gevolg van de veel beperktere dijkaanpassingen.
  6. 6. Sluizen nemen de verzilting grotendeels weg en dragen bij aan een veel robuustere beschikbaarheid van voldoende zoet water. Daarmee is ook de optie met een zoet Volkerak-Zoommeer , waarbij in warme droge zomers door doorspoeling de waterkwaliteit wordt verbeterd en in stand gehouden, een reële mogelijkheid.
  7. 7. De raming van de kosten is voor ondergetekenden een “black box”. Wij plaatsen vraagtekens bij de vraag of de volledige kosten voor de belastingbetaler worden weergegeven. (vdHaak: In de ((verre?)) toekomst moeten die sluizen ook toegang tot de onadwendbare bekkens geven!)

Aanbeveling:

Wij adviseren u de Minister te verzoeken ons voorstel te laten onderzoeken, opdat de opties met en zonder sluizen evenwichtig en na zorgvuldige aanvullende studies aan u kunnen worden voorgelegd. Het gaat om de afweging van deels tegenstrijdige belangen die verder strekken dan Rijnmond-Drechtsteden. Het dient aan de Tweede Kamer te zijn, om een dergelijke afweging te maken. De aanvullende studies staan de uitvoering van andere noodzakelijke onderdelen van het Deltaprogramma niet in de weg.

Mocht u daaraan behoefte hebben, zijn wij gaarne bereid een nadere toelichting te geven.

6 oktober 2014.

 

Hoogachtend, Ir F. Spaargaren ( penvoerder). e-mail: frankspaargaren@xs4all.nl/ Tel: 06 5350 0127

Mede namens:  Prof. Ir. K. d’Angremond,  Ir. A.J. Hoekstra, Ir. J.H. van Oorschot, Ing. C.J.Vroege,

De Haakse Zeedijk (6 februari 2012)

 

  • Wat is de Haakse Zeedijk(DHZ)?

Een duindijk van West-Kapelle tot Den Helder, 25 km voor de kust, die tezamen met een viertal dwarsdijken drie bekkens voor de kust vormt, waarin de grote rivieren uitstromen en waarvan het niveau met behoud van eb- en vloed, op 0 m NAP of lager gehouden wordt. Het Zuidbekken wordt als eerste aangelegd. Het Mid- en Noordbekken volgen daarna, afhankelijk van de stijging van het zeeniveau.

 

Welke problemen lost DHZ op?

 

  • Het maakt Nederland ongevoelig voor overstromingen vanuit zee of de rivieren.
  • Zoetwaterprobleem voor geheel Nederland opgelost.
  • Lost grotendeels de verzilting op door handhaven of verlagen van het zeeniveau in de bekkens alsook door verkleining van de zogeheten zouttong in de rivieren.
  • Zorgt dat het peil van het watersysteem, dijken, kaden, bruggen en gemalen niet verhoogd of aangepast hoeven te worden.
  • Noodzaak vervalt om de Drechtsteden te beschermen met een apart stelsel van stuwen.
  • Golfdempers kunnen de dreiging van de zee voor de Noord- en Zuid-Hollandse kust voorlopig oplossen totdat het Mid-en Noordbekken aangelegd worden.
  • Milieu

De voor de Zuid-bekken benodigde hoeveelheid zand bedraagt ca. 3,3 miljard m3 zand. Bij de Haakse Zeedijk wordt tot 40 m diep gezogen. Bij zandsuppletie is dat jaarlijks 2 m. Dat laatste leidt tot het eind van de eeuw tot een verstoring van de zeebodem van 3300 km2 tegen eenmalig 1260 km2 bij de Haakse Zeedijk.

 

Wat zijn de voordelen van DHZ voor de focuspunten van het Deltaprogramma?

  • Hoogwaterbescherming

Het Zuidbekken voorziet tezamen met de Zeeuwse wateren in een voldoende grote buffer om het rivierwater bij een gelijktijdig optreden van superstorm en hoge rivieraanvoer op te vangen. De verhoging van deze wateren bedraagt in die situatie 1,5 tot 2 m. Zonder Zuidbekken zou dit op grote schaal leiden tot overstroming van dijken in de ZW-delta en langs de rivieren aan zeezijde.

De opgespoten 19,5 m +NAP hoge nieuwe duinenrij vangt de supervloedstand op en kan de golven weerstaan. De duinenrij wordt met zeer goedkoop zand direct van achter de dijk opgespoten en later met stijgend zeeniveau bijgehouden met suppletiezand eveneens van achter de dijk. Het zand kan goedkoop gehouden worden doordat relatief goedkope dubbelladder diepzuigers kunnen worden ingezet.

De golfdempers voor Noord- en Zuid-Holland zullen, indien gewenst, door zandaanwas automatisch de kust enkele honderden meters uitbreiden.

  • Zoetwatervoorziening

De zoetwatervoorziening komt momenteel in gevaar bij lage rivierafvoeren. Afsluiting van de Nieuwe en Oude Maas met stuwen is dan noodzakelijk om in die situatie voldoende zoet-water beschikbaar te houden. Daardoor ontstaat tevens de mogelijkheid van export van (internationaal steeds schaarser wordend) zoetwater. De oplossing voor het zoetwater probleem zou zijn om rivierkeringen in onze rivieren aan te leggen. Deze leiden het water naar onze zd-westelijke Delta. Als je die rivierkeringen bij vloed gesloten houdt, zal het zout in de haven niet verder oostwaarts trekken. Open je ze bij eb, dan zal de zoutgrens in de haven langzaam zeewaarts worden gedrukt. Door dit in het begin te herhalen wordt die grens steeds verder zeewaarts verlegd en kunnen onze rivierkeringen steeds langer open gehouden worden. De rivierschepen kunnen van verre er dan al rekening mee houden door langzaam of sneller te varen,  waardoor  minder oponthoud wordt verkregen. Bij de Haakse zeedijk is dat verholpen.

 

  • Welke andere functies kunnen profiteren van DHZ- Zuidbekken?

Door de aanleg van het Zuidbekken komt er aan natuur- en woongebied 150 km2 bij. Daarnaast ontstaat 950 km2 vis- en watersportgebied. Het Mid- en Noordbekken voegen daar in de toekomst nog 2400 km2 aan toe. De oostzijde van de dijk wordt een eldorado voor zeehonden en andere diersoorten.

  • Combinatiemogelijkheden met energievoorziening

Het Zuidbekken -en in de verdere toekomst ook het Mid- en Noordbekken- kan uitstekend gecombineerd worden met een zogeheten valmeer voor energieopslag. In dit meer dat binnen het bekken is gesitueerd wordt een peil gehandhaafd van -7 tot -12 m NAP. Bij energieoverschot, bijvoorbeeld uit windmolens of gedurende de nacht, wordt water uit het valmeer de Noordzee ingepompt. Bij energiebehoefte wordt water uit het bekken in het valmeer gelaten onder opwekking van elektrische energie. Hierdoor wordt niet alleen het opgewekte vermogen van de elektriciteitscentrales afgevlakt, wat daar tot een kostenvoordeel leidt, maar het systeem voorziet ook in de bemaling van het bekken.

  • Op de 3,5 km brede en 40 kilometer lange Zuiddijk is plaats voor windturbines. Ook in het valmeer en bekken kunnen windmolenparken worden gerealiseerd.
  • De gezamenlijke elektriciteitsbedrijven en netbeheerders dienen bij deze vormen van                             energieopwekking en –buffering betrokken te worden.
  • Golfdempers brengen zand naar de kust en wekken elektriciteit op. Drijvende golfdempers dempen 50 procent van de energie van grote golven en beschermen Noord- en Zuid-Holland totdat het Mid- en Noordbekken zijn aangelegd.

Normaal zuigen grote golven het zand van de kust. Kleine golven brengen het zand deels weer terug. Met golfdempers krijgen grote golven minder kans om het zand van de kust weg te zuigen, waardoor  golfdempers de kust, als men dat wenst, zeewaarts kunnen verplaatsen. Een grote besparing op de zandsuppletiekosten. De 20 km brede zandrivier langs de kust verzorgt de Waddenzee met 29 miljoen m3/jr.

De schuine stand van de golfdempers t.o.v. de golfrichting is bepalend om de golven te dempen. De stand wordt radiografisch vanaf de kust geregeld. Wanneer ze, bij normaal weer, evenwijdig aan de golven worden ingesteld, kunnen ze elektriciteit opwekken. Kustaangroei en stroomopwekking kunnen gelijktijdig plaatsvinden door de 288 ton zware bewegende golfdempers met 2700 ton ballast water in een tussenstand te plaatsen. Het systeem van drijvende golfdempers is onderzocht en getest door TU-Delft.

Een snelle en economische oplossing bij groeiende  weersextremen.

  • Snelle realisatie is mogelijk

Een combinatie van het Zuidbekken en golfdempers maakt een snelle oplossing mogelijk: binnen 15 jaar is Nederland veilig tegen overstromingen en zijn de andere doelen zoals zoetwatervoorziening bereikt. De dwarsdijk van het Zuidbekken is al voor een deel door de tweede Maasvlakte gerealiseerd.

  • Kosten en duur van de aanleg van het Zuidbekken en de golfdempers.

Commissie Veerman verwacht dat de kosten voor het ophogen van dijken, bruggen, sluizen, IJsselmeerpeil, gemalen, zandsuppletie etc. deze eeuw 150 miljard euro zullen bedragen.

De aanleg van het Zuidbekken zal ca 15 miljard euro bedragen, inclusief de 0.6 miljard voor de golfdempers, verankering en plaatsing daarvan. De dijk-aanleg zal ca. vijftien jaar in beslag nemen. Die van de golfdempers enkele jaren. De huidige jaarlijkse zandsuppletiekosten, welke nu ca 12 miljoen kubieke meter bedragen zullen in de loop van de eeuw ook nog aanzienlijk toenemen tot een geschatte 35 miljoen kubieke meter ofwel 112 miljoen €/jaar. Het zand voor de Haakse Zeedijk wordt echter direct achter de dijk tot ca. 40 mtr diep opgezogen en via een korte persleiding op de dijk gespoten. De zandsuppletie idem, waardoor de opspuitkosten slechts een vijfde van de normale suppletiemethode met hopperzuigers bedragen.

Door drie dagen zeewater in het Zuidbekken toe te laten en daarna weer drie dagen te lozen verkrijgt men een goede doorstroming om de Zeeuwse wateren zelf hun huidige milieustatus te kunnen laten behouden.

De golfdempers zijn in 1986 in het laboratoriumvan de Technische Universiteit Delft getest. Het plan van de Haakse Zeedijk ontstond in 2000

 

  • Zoetwaterprobleem voor geheel Nederland opgelost. Lost grotendeels de verzilting op door handhaven of verlagen van het zeeniveau in de bekkens alsook door verkleining van de zogeheten zouttong in de rivieren.
  • Zorgt dat het peil van het watersysteem, dijken, kaden, bruggen en gemalen niet verhoogd of aangepast hoeven te worden.
  • Noodzaak vervalt om de Drechtsteden te beschermen met een apart stelsel van stuwen.
  • Golfdempers kunnen de dreiging van de zee voor de Noord- en Zuid-Hollandse kust voorlopig oplossen totdat het Mid-en Noordbekken aangelegd worden.

Milieu

De voor de Zuid-bekken benodigde hoeveelheid zand bedraagt ca. 3,3 miljard m3 zand. Bij de Haakse Zeedijk wordt tot 40 m diep gezogen. Bij zandsuppletie is dat jaarlijks 2 m. Tot het eind van de eeuw geeft dat een verstoring van de zeebodem van 3300 km2 tegen eenmalig 1260 km2 bij de Haakse Zeedijk.

 

 

 

P.S. Hier zijn bij inbegrepen de kosten van drijvende- en landleiding, stortploeg, multicat, surveyboot, werkboot, kraanbak en werkorganisatie+kantoor.

Inclusief 2 spuisluizen komt een “smalduindijk bekken op 7,5 miljard euro en een brede dijk (duin 750 m en woondeel 2000 m) op 12 miljard euro.

c. De door RWS genoemde kubieke meter prijs voor diepzuigers wordt te hoog ingeschat ( zie hoofdstuk 17  “Technisch verslag” in www.haaksezeedijk.nl.)   Een hopperzuiger kost 5 maal zoveel als een diepzuiger, heeft extra zeebemanning, zuigt al varend een niet diepere laag dan 2 mtr en vaart heen en weer , terwijl een diepzuiger zich langzaam met ankers voortbeweegt, tot 40 m diep een 20 m dikke laag opzuigt en het zand vanzelf van die 20 meter hoogte naar de zuigbuis stroomt, waardoor continu met een hogere zandconcentratie van een mengselgewicht γm= 1,50 – 1,60 t/m³ bij 5 m/sec wordt gewerkt. De prijs van een kubieke meter bedraagt nù (2012) bij diepzuigers minder dan €1.-/m3 (dus niet de door RWS genoemde €1.75.-/m3 en bij hopperzuigers gemiddeld €5.- /m3

d. RWS denkt dat de grote diepte van 23 m vòòr De Haakse  Zeedijk een hogere golfslag, dus duinafslag zal veroorzaken. Stormgolven vlakken namelijk het strand af en nemen een deel van dat zand mee. Bij gewoon weer, dus bij lage golven, wordt dit weer gedeeltelijk aangevuld.

RWS eist daarom een helling van 1:500. Door stijging van het zeeniveau zal men dus steeds verder zeewaarts zand moet suppleren. In de verre toekomst bij een stijging van 6 m wordt, met een superzandsuppletie tot 14 km uit de kust.

In de periode 1896 tot 1975 is al door stijging van het zeeniveau en star handhaven van de kustlijn de -5m, de -7m en de -10m dieptelijnen (Knoester, 1990) dichter bij de kust komen te liggen. De lijn van NAP -10 meter is zelfs van ongeveer 3 km uit de kust naar circa 2 km uit de kust verplaatst.

e.Golfdempers voorkomen bij storm die afvlakking, zowel als de afslag en brengen het zand terug en maken zandsuppletie overbodig. Volgens RWS (2011) houden golfdempers alle zand voor de Wadden tegen. Maar ook volgens RWS (1991)  stroomt er een twintig kilometer brede zandrivier langs de kust en langs de Waddenzee. Er stroomt dan via de in- en uitgaande sterke eb- en vloedstromen tussen de Waddeneilanden 84 ton m3 in en 55 ton uit. Er blijft dus elk jaar 29 miljoen ton zand in de Waddenzee achter.

f.   Momenteel wordt er ca 12 miljoen m3 per jaar zand voor de kust gesuppleerd. Dit moet volgens RWS eigenlijk 20 zijn en zal aan het eind van de eeuw waarschijnlijk 30 tot 40 miljoen m3 worden. Totaal zou er dan ca 2,5 miljard kubieke meter á € 7.- (nu €5.-) gesuppleerd, kosten ca 15 miljard euro.

Golfdempers met een 2 x 50 jaar levensduur zouden dit deze eeuw (aanschaf 2 miljard €) op kunnen lossen. Bij normaal weer wekken ze stroom op en zijn dus continu nuttig, terwijl ze tijdens de aanleg van de Haakse zeedijk  ook hun nut bewijzen.

g. Het plan van De Haakse Zeedijk behelst ook het uitstromen van onze rivieren in het Zuidbekken. Het grote voordeel daarvan zou zijn dat de rivierdijken, pompgemalen, bruggen, spuisluizen etc, waar het zeeniveau nog invloed zou kunnen hebben, niet aangepast behoeven te worden.

Bij storm en zeer hoog water wordt nu de Maeslantkering afgesloten. Voorlopig gaat Natura 2000  vòòr ònze veiligheid, TOTDAT….!!.

h. De oplossing voor het zoetwater probleem zou zijn om rivierkeringen in onze rivieren aan te leggen. Deze leiden het water naar onze zd-westelijke Delta. Als je die rivierkeringen bij vloed gesloten houdt, zal het zout in de haven niet verder oostwaarts trekken. Open je ze bij eb, dan zal de zoutgrens in de haven langzaam zeewaarts worden gedrukt. Door dit in het begin te herhalen wordt die grens steeds verder zeewaarts verlegd en kunnen onze rivierkeringen steeds langer open gehouden worden. De rivierschepen kunnen van verre er dan al rekening mee houden door langzaam of sneller te varen,  waardoor minder oponthoud wordt verkregen.

i.  Na de verwachte extreme zeeniveaustijging zal men uiteindelijk toch moeten besluiten tot de aanleg van de Haakse Zeedijk waarin de bekkens een peil op 0 mtr N.A.P. of lager wordt gehouden door waterkrachtpompcentrales in de daar aanwezige valmeren. In deze valmeren wordt overdag stroom opgewekt en wordt dit water ‘s nachts met nachttarief naar zee gepompt. Een dubbelfunctie! Het waterpeil van het valmeer, dat een omvang heeft van 10 bij 6 km, varieert tussen 7 en 12 meter onder zeeniveau. De totaal  3600 km2 grote bekkens kunnen ook dienen als overloopbekkens bij eventuele dijkbreuk.

 

Een zeer belangrijk punt is dat golfdempers het hele jaar door continu dunne lagen zand verwerken, waardoor het mariene leven zich, in tegenstelling met de huidige grote zandsuppleties, er makkelijk weer doorheen kan werken.

Net als in de Wadden hebben de zeehonden, vogels enz.


© Copyright 2004-2018 - De Haakse Zeedijk - R. van den Haak