31 januari 2012 Rijkswaterstaat

 

Status Ministerie van infrastructuur en miljieu

 

 

Definitief

 

 

 

De Haakse Zeedijk Verkend

 

Datum 31 januari 2012

 

Status Definitief

 

Colofon

 

Uitgegeven door Rijkswaterstaat Waterdienst

Informatie Ir. Tj. De Haan

Telefoon 06 - 20 39 53 78

Fax

Uitgevoerd door Ir. Tj. de Haan

I Ing. B.F. Vonk

 

Opmaak

Datum 31 januari 2012

Status Definitief

Versienummer 1.0

 

 

1.0

In dit rapport van de Rijkswaterdienst heeft van den Haak enkele (rode aantekeningen) gemaakt, welke er volgens hem aan moeten worden toegevoegd, alsmede de gedachten waarin Prof.dr.ir. Han Vrijling tijdens zijn Van Leeuwenhoeklezing op 24 juni 2012 zijn mening heeft gegeven. En opmerkingen van Rob van den Haak.

 

 


 

 

 

 

(00DHZverkend rwsdhz.doc Noordzeeplan

(Van den haak weet dat-ie eigenlijk niet verder zijn mening moet/mag geven, maar zoals ook RWS-lieden mij zeggen, dat dit de enige oplossing is, blijft-ie, zoals hij zijn hele leven al gewent is, doordrammen. Hij hoopt niet dat hij de noodzaak hiertoe nog meemaakt door een grote dijkdoorbraak, maar volgens de statistieken zal dit wel zo zijn.)

Zie ook: Opmerkingen betreffende het verslag De Haakse Zeedijk Verkend op blz 25 en 26

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Inhoud

 

1 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen. 5

2 Aanleiding, vraagstelling en aanpak 7

3 Schets van plan Haakse Zeedijk. 7

 

4 Welke doelen worden beoogd met Haakse Zeedijk. 9

4.1 Kustverdediging 9

4.2 Hoogwaterbescherming Rijnmond/Drechtsteden 9

4.3 Zoetwatervoorziening. 10

4.4 Peakshaving in energievoorziening 10

4.5 Landaanwinning voor diverse bestemmingen 10

4.6 Natuur 10

5 Inschatting van de mate waarin die doelen bereikt kunnen worden. 10

5.1 Kustverdediging 11

5.2 Hoogwaterbescherming Rijnmond/Drechtsteden 11

5.3 Zoetwatervoorziening 12

5.4 Peakshaving in energievoorziening 12

5.5 Landaanwinning voor diverse bestemmingen 13

5.6 Natuur en Landschap 14

5.7 Kansen die Haakse Zeedijk mogelijk ook biedt. 15

 

6 Nadelen en risico’s. 16

6.1 Techniek 16

6.2 Effect op waterkwaliteit 16

6.3 Effect op morfologie/kustlijn 16

6.4 Natuur en ecologie 16

6.5 Ruimtelijke ontwikkeling/gebruik 17

6.6 Cultuur historie 17

 

7 Kostenaspecten. 17

Bijlage 1 gespreksverslag De Haakse Zeedijk 21 september 2011 19

Toelichting plan en resultaten bespreking vragen 20

Fasering van het plan 21

Fase 1 21

Fase 2 21

Fase 3 22

 

Omgevingseffecten 23

Kostenraming 23

 

Afsluiting en conclusies 24

 

Delft delft het onderspit 25

 

Opmerkingen betreffede het verslag DHZ, (vdHaak) 26

Zuigproces (vdHaak) 27

Deltacommissaris: ‘We hebben geen risicoloze samenleving’ 7-2-2013 28

 


 

1 Samenvatting, conclusies en aanbevelingen.

 

 

Samenvatting

 

Na een toelichting door de initiatiefnemers van het Plan De Haakse Zeedijk (DHZ) aan de Deltacommissaris, heeft de Deltacommissaris ons gevraagd te onderzoeken waarom dit plan wel of niet uitgevoerd zou moeten worden.

 

Dit onderzoek hebben we uitgevoerd op basis van de aangeleverde informatie, een persoonlijk gesprek met de initiatiefnemers en de meningen van diverse deskundigen.

 

Ons beeld na lezing van het plan De Haakse Zeedijk is dat het een vrij compleet plan is met een integrale visie op de beheersing van de problemen van de waterveiligheid en watervoorziening.

 

De hoofddoelen van het plan volgens De Haakse Zeedijk zijn:

 

1. het vinden van een zeewaartse oplossing van het beheersen van hoge waterstanden bij een gelijktijdig optreden van hoge rivierafvoer en een stormvloed op zee waarbij de stormvloedkeringen gesloten moeten worden,

2. het bestrijden van verzilting door de Nieuwe Waterweg af te sluiten en daarmee de zouttong buiten te houden,

3. het verbeteren van de zoetwatervoorziening in Zuidwest-Nederland door buffering zoet water in deltagebied,

4. het verbeteren van de waterkwaliteit en natuurherstel in Haringvliet, Volkerak Zoommeer, Grevelingen en Oosterschelde.

 

In grote lijnen bestaat het plan uit de aanleg van drie bekkens voor de Nederlandse kust. Het Zuidbekken van de Westerschelde tot de Maasvlakte, het Middenbekken van Hoek van Holland tot IJmuiden en een Noordbekken van Beverwijk tot Den Helder. De nieuwe zeewering/duinregel komt 20 km a 30 km uit de huidige kust te liggen op de NAP -20 meter lijn. Deze bekkens dienen als verdediging van de kust, het bergen van hoge rivierwaterafvoeren en voorkomen van verzilting. Hiervoor wordt de Nieuwe Waterweg van de zee afgesloten door schut- en spuisluizen. De Europoort en Maasvlakte behouden hun rechtstreekse zeescheepvaart verbinding met open zee. Verder wordt door een doorsteek van Haringvliet naar Grevelingen tussen Goeree en Overflakkee en een doorsteek van de Grevelingendam zoet water in zuidwestelijke delta gebufferd inclusief de Oosterschelde.

 

We hebben het plan getoetst aan de doelen welke met het Deltaprogramma beoogd worden, namelijk:

1. bescherming tegen hoogwater,

2. duurzame en economisch doelmatige zoetwatervoorziening in Nederland.

 

Daarnaast hebben we getoetst aan de 4 randvoorwaarden die binnen het deltaprogramma worden gesteld

 

Conclusies

Het plan de Haakse Zeedijk (DHZ) is een vrij compleet plan dat gebaseerd is op een brede visie op de verbetering van waterveiligheid en watervoorziening. DHZ verdient waardering voor deze brede opzet, de grote schaal waarop gedacht is en de durf waarmee het wordt geëtaleerd.

 

Maar voor de waterstaatkundige doelen van het Deltaprogramma (waterveiligheid en zoetwatervoorziening) alleen, moet DHZ niet worden uitgevoerd. Integendeel, er zijn efficiëntere mogelijkheden om die te realiseren.

Het plan voldoet in meer of mindere mate aan drie van de vier gestelde randvoorwaarden van het Deltaprogramma:

1. een vrij integrale aanpak van de problematiek waterveiligheid en zoet watervoorziening in combinatie met de energievoorziening, landaanwinning voor woningbouw en industrie.

2. het plan kent een beperkte vorm van adaptief deltamanagement: het kan in 3 fasen worden uitgevoerd waarbij de startmomenten van de 3 fasen zijn aan te passen op de effecten van klimaatverandering, ruimtelijke en economische ontwikkelingen de komende vijftig tot honderd jaar,

3. koppeling aan andere ambities op het beleidsterrein van economie, natuur en ruimte.

 

 

 

Echter kosteneffectief (de vierde randvoorwaarde) kan dit plan niet genoemd worden. (vdHaak: maar wel veilig tot in de verre toekomst)

 

Voor wat betreft de kosten is onze bevinding dat de raming, ook voor de fase waarin het plan zit, op een hoog abstractieniveau is opgesteld. Ervaring is dat er optimistisch wordt geraamd, bij realisatie vallen de kosten vaak hoger uit en de baten lager. Daarom zijn we wat gedetailleerder naar de raming gaan kijken. Wij concluderen dat we dan tot grote verschillen komen ten opzichte van de raming van DHZ. In plaats van een netto investering van 54 miljard euro volgens DHZ komen wij eerder uit op een netto investering van 155 miljard euro voor DHZ. Dit is bijna 20 miljard euro hoger dan de kostenraming voor het advies van de Deltacommissie.

Omdat deze bijstelling is gebaseerd op enkele prikacties, zal na een grondige analyse van de raming dit bedrag waarschijnlijk nog hoger uitvallen

 

Aan DHZ kleven verder bijna onoverkomelijke bezwaren (1 door de mate waarin Natura2000 gebieden worden gebruikt voor de realisatie (aanmerkelijke delen van de ondiepe zee) danwel worden beïnvloed (duinen). Voor realisatie zouden Europese wettelijk vastgelegde afspraken moeten worden herzien. Naast de juridische blokkades als gevolg van Natuurwetgeving, zal ook de afname van de overige

natuurwaarden in kust- en duinzone en het vervangen van de huidige dynamische kustzone door een soort van meer-oever tot grote bezwaren leiden.

 

Er moeten dus heel wat voordelen tegenover staan om een dergelijk ingrijpende bestuurlijk/juridische actie te rechtvaardigen.

 

Zulke voordelen zouden kunnen ontstaan als de synergie tussen de waterstaatkundige functies en andere functies tot een voordelig maatschappelijk resultaat leidt. Omdat DHZ voor de aterstaatkundige functies op zich negatief resultaat oplevert, moet dat voordeel expliciet van de andere functies komen.

 

Uitgevoerde studies, zoals in het rapport Economische randvoorwaarden Deltaprogramma Kust2, leveren echter het beeld op dat functies die op een kustuitbreiding gerealiseerd zouden kunnen worden alle beter op het oude land kunnen worden gerealiseerd omdat dat daar voordeliger is. Dit onderzoek richtte zich op kustuitbreiding direct tegen het oude land aan. Bij DHZ gebeurt dat 20 á 30 km westelijk van het oude land en dat zal het “voordeel” in eerste instantie nog negatiever maken.

 

Maar wij merken ook op dat in de genoemde studie per functie is gekeken en niet naar synergievoordeel van meerdere functies tezamen. De functie energieproductie (in het bijzonder peakshaving door toepassing van valmeren) is niet bekeken in de W+B-studie. Juist in de energieproductie gaan grote geldstromen om en mogelijk kan daaruit een groot voordeel worden behaald. Nu ontbreken de gegevens daarover.

 

Mocht er inderdaad groot voordeel haalbaar zijn voor energieproductie, dan zou er voor een totaal van functies een positief voordeel kunnen ontstaan dat dan zou kunnen worden versterkt door synergie tussen gezamenlijke functies.

 

Voor de realisatie lijkt dan een PPS-achtige constructie het meest op zijn plaats.

Daarbij moet wel worden bedacht dat de schaal van het hele plan buitengewoon groot is zowel qua fysieke en financiële omvang als in de tijd die ligt tussen start en functioneren van het plan, dus tussen start investering en binnenkomen van de eerste baten. Het is gezien de grote schaal van het plan maar de vraag of zich een privaat geleid consortium aandient voor DHZ. Mogelijk is een consortium geleid door de overheid in dat geval te verkiezen.

 

Aanbevelingen

a. Beslis of de waterstaatkundige functies sec voldoende moeten zijn om DHZ lonend te maken.

b. Indien alleen de waterstaatkundige functies lonend moeten zijn, bevelen wij aan om te concluderen verder geen energie in DHZ te steken en dat duidelijk aan de initiatiefnemers kenbaar te maken zodat bij hen een helder verwachtingspatroon ontstaat.

c. Als het totaal van functies DHZ lonend mag maken, bevelen wij aan om eerst uit te laten zoeken of de winst van peakshaving in de energieproductie zó groot is dat deze als voornaamste drager van de voordelen van DHZ kan dienen.

d. Alleen als dat het geval is, bevelen wij aan om na te gaan of er een privaat geleid consortium geïnteresseerd kan worden om als trekker op te treden.

e. Mocht zich een dergelijk consortium niet aandienen dan zou kunnen worden overwogen om onder leiding van de overheid een poging te wagen.

2 Aanleiding, vraagstelling en aanpak

 

Op 10 mei 2011 hebben de heren Rob van den Haak en Dick Butijn hun plan De Haakse Zeedijk (DHZ) toegelicht aan de Deltacommissaris de heer Kuijken. Naar

aanleiding hiervan heeft de Deltacommissaris ons verzocht te onderzoeken waarom

het Plan De Haakse Zeedijk (DHZ) wel of niet uitgevoerd zou moeten worden.

 

De kernvraag hierbij is of het Plan De Haakse Zeedijk een zinvol en realistisch haalbaar plan is. Hierbij moeten zinvol, realistisch en haalbaar refereren aan minimaal de doelen van het deltaprogramma te weten:

1. bescherming tegen hoogwater,

2. duurzame en economisch doelmatige zoetwatervoorziening in Nederland.

 

Dit binnen de randvoorwaarden:

1. integrale aanpak,

2. adaptief deltamanagement: strategie/maatregelen zijn aan te passen op de effecten van klimaatverandering, ruimtelijke en economische ontwikkelingen de komende vijftig tot honderd jaar,

3. koppeling aan andere ambities op het beleidsterrein van economie, natuur en ruimte,

4. kosteneffectief.

 

Voor het beantwoorden van deze vraag heeft DHZ vooraf hun plan toegezonden. Na bestudering van dit plan hebben wij een lijst van vragen opgesteld. Omdat één van de kernpunten in het plan DHZ ook energieopwekking ten behoeve van peakshaving hebben wij ook de Directie Energie en Duurzaamheid van het ministerie EL&I gevraagd of dit plan past in de beleidsdoelen van EL&I.

 

Op 26 september hebben wij gesproken met de heren Van den Haak en Butijn. Voor de bespreking hadden wij een vragenlijst aan DHZ toegezonden. DHZ heeft hierop nog voor de bespreking een reactie gegeven. De vragenlijst en de gegeven antwoorden dienden als leidraad voor dit gesprek. Van het gesprek is een verslag gemaakt en voor commentaar aan DHZ verzonden. Het definitieve verslag is mede als basis voor deze rapportage gebruikt (bijlage 1). Dit rapport wordt als een intern advies aan de Deltacommissaris verzonden en niet aan DHZ. Verdere communicatie met DHZ vindt plaats door de deltacommissaris.

 

 

DHZ is een samenwerking aangegaan met de groep Borm&Huijgens. De elementen van dit plan zijn opgenomen in het plan DHZ. Het programmabureau Zuidwestelijke Delta heeft over het plan Borm&Huijgens al eerder (negatief)geadviseerd. Wij zijn het eens met dit advies (zie paragraaf 5.6)

 

In het navolgende hebben we in de hoofdstukken 3 en 4 het plan van DHZ weergegeven. In hoofdstuk 5 6, 7 en 8 hebben we onze analyse van dit plan opgenomen:

• doelmatigheid van het plan (hoofdstuk 5),

• nadelen en risico’s (hoofdstuk 6),

• kosten (hoofdstuk 7).

 

3 Schets van plan Haakse Zeedijk.

Onderstaande beschrijving van het Plan De Haakse Zeedijk (DHZ) is een samenvatting van de presentaties van DHZ aangevuld met de informatie welke tijdens de bespreking van 21 september door DHZ aanvullend is aangeleverd.

DHZ heeft als basisprincipe dat beheersing van de problematiek (bescherming tegen hoogwater, zoetwatervoorziening en bestrijding verzilting), zo min mogelijk veranderingen in de leefomgeving moet veroorzaken. Daarom zoekt DHZ geen oplossingen binnen het watersysteem, maar erbuiten zeewaarts). Verder dienen scherpe overgangen (gradiënten) voorkomen te worden, zodat de natuur zichzelf kan herstellen. Tenslotte gaat het plan uit van een faseerbaar en adaptief ontwerp. Figuur 1: Probleemstelling (bron DHZ)

 

 

 

 

In een worstcase situatie (20 dagen hoge rivierafvoer en 2 dagen stormvloed en dus sluiting van de zeegaten kan het waterpeil volgens schatting van DHZ ruim 5 meter

stijgen, uitgaande van berging in gehele zuidwestelijke delta).

 

 

Het water in de bekkens wordt ververst door water uit zee in te laten en krijgt een

zout milieu. Door deze inlaten wordt ook een kringstroom in de bekkens gecreëerd.

 

Tussen de bekkens worden vaarwegen voorzien voor aansluiting op de Nieuwe

Waterweg en het Noordzeekanaal.

 

 

Figuur 2 : illustratie van hoofdlijnen plan (bron DHZ)

 

De Europoort en Maasvlakte houden een open zeeverbinding. Door een schut/ en spuisluiscomplex in de Nieuwe Waterweg worden Rotterdam en het achterland afgesloten van de zee. Hiermee worden dijkversterkingen in de regio Rijnmond/ Drechtsteden voorkomen en wordt het indringen van de zoutwatertong via de Nieuwe Waterweg gestopt.

 

Het Krammer/Volkerak/Zoommeer wordt een zoetwaterbekken ten behoeve van de zoetwatervoorziening van Zuidwest- en zo nodig Zuid Nederland. Door een doorsteek van Haringvliet naar Grevelingen tussen Goeree en Overflakkee en een doorsteek van de Grevelingendam kan zoet water in zuidwestelijke delta gebufferd worden inclusief de Oosterschelde. In de Oosterschelde wordt een geleidelijke overgang zoet-zout voorzien, van belang voor de gewenste vismigratie. Deze

ingreep waarborgt tevens de noodzakelijke verversing van het Grevelingenmeer. Dit sluit aan op het plan Borm en Huijgens (DHZ en B&H hebben samenwerking afgesproken). Volgens DHZ kan als alternatief bij hoog water ook direct via de Haringvlietsluizen gespuid worden (dus zonder doorsteek via Goeree Overflakkee),

er zullen dan andere oplossingen gevonden moeten worden voor de vismigratie en het revitaliseren van het Grevelingenmeer.

 

Een stijging van het IJsselmeerpeil voor zoetwaterberging inclusief complexe transportsystemen van dit zoete water naar de zuidwestelijke delta is in dit plan niet nodig. Voor zover een geleidelijke zoet/zout overgang vanaf het IJsselmeer noodzakelijk is, voorziet het plan in de verre toekomst wel in een verbinding (kanaal door de kop van Noord Holland) tussen IJsselmeer en Noordbekken om het peil op

het IJsselmeer te kunnen beheersen. Als uit nader onderzoek deze noodzaak niet aanwezig blijkt kan de peilbeheersing van het IJsselmeer ook plaatsvinden via gemalen in de Afsluitdijk.

 

Indien noodzakelijk kan ook nog overwogen worden de Waddeneilanden onderling te verbinden. Deze laatste stap is nu nog ver weg “achter de horizon” van plan DHZ en mag buiten beschouwing worden gelaten.

DHZ heeft in onderstaande tabel de voordelen van hun plan ten opzichte van plan Deltacommissie 2008 gepresenteerd:

 

Figuur 3: vergelijking plan Deltacommissie 2008 en DHZ (bron DHZ)

 

DHZ stelt dat er sprake is van een integraal plan. Als het enkel om kustverdediging

gaat, zal dit plan bijvoorbeeld niet uitgevoerd moeten worden. Want ook met een

dijk op 20 á 30 km voor de kust zal er jaarlijks zand gesuppleerd moeten blijven

worden. (Aanzienlijk minder wanneer golfdempers worden geïnstalleerd)

Het plan DHZ gaat uit van een gefaseerde uitvoering, waarin afhankelijk van de

klimatologische ontwikkelingen, tempo zeespiegelstijging, toename van hoge- of lage rivierafvoeren diverse maatregelen genomen kunnen worden. DHZ start met de aanleg van het Zuidbekken (figuur 4)

 

Figuur 4: fase 1 Zuidbekken (bron DHZ)

 

4 Welke doelen worden beoogd met Haakse Zeedijk.

 

In dit hoofdstuk worden de doelen samengevat welke volgens DHZ beoogd worden met hun plan. Hierin zit onze mening/beoordeling niet verwerkt.

 

4.1 Kustverdediging

De aanleg van een nieuwe zeewering ca 20 á 30 km uit en parallel aan de kust moet de huidige kustzone beschermen tegen toenemende golfaanval en erosie als gevolg van zeespiegelstijging en klimatologische veranderingen.

Omdat gestart wordt met de aanleg van het Zuidbekken zal in dit plan de kuststrook vanaf Hoek van Holland tot en met Den Helder beschermd moeten worden met stalen golfdempers die zodanig instelbaar zijn dat ze in de diverse golfpatronen optimaal functioneren en zandtransport langs de kust voorkomen. Zandsuppleties worden dan volgens DHZ overbodig. (vdHaak:Bij een superzeeniveaustijging kunnen de bekkens als overloopbekkens((polders)) dienen)

Figuur 5: peilstijging worst case (bron DHZ)

4.2 Hoogwaterbescherming Rijnmond/Drechtsteden

DHZ gaat uit van een worstcase situatie. Dit is een combinatie van een langdurige hoogwaterafvoer op de rivieren (20 dagen, 20.000 m3/s) en een stormvloed van 2 dagen aan het einde van deze hoogwaterafvoerperiode. Hierbij worden de zeegaten door de stormvloedkeringen afgesloten en in die sluitingsperiode moet het rivierwater in de riviertakken en bekkens in Zuidwest-Nederland worden geborgen.

DHZ berekent dat het waterpeil in het Haringvliet, Hollandsch Diep, Benedenstroomse Rivieren, Grevelingen, Volkerak Zoommeer en Oosterschelde dan in 2 dagen tijd 5,1 meter kan gaan stijgen (exclusief extra opzet als gevolg van opwaaiing en golfaanval).

Een dergelijke stijging kan volgens DHZ alleen opgevangen worden door forse dijkverhogingen en daarmee veel ruimtegebruik. Dit betekent een forse ingreep op de leefomgeving.

 

Door de aanleg van het Zuidbekken in combinatie met een afgesloten Nieuwe Waterweg, wordt de invloed vanuit zee bij een stormvloed volgens DHZ geneutraliseerd en hoeft alleen de rivierafvoergolf geborgen te worden. Door de extra bergende ruimte van het Zuidbekken verwacht DHZ de peilstijging tot ca. 2 meter te bereiken.

 

4.3 Zoetwatervoorziening.

Door het afsluiten van de Rijmond door schut- en spuisluizen in de Nieuwe Waterweg (De Maasvlakte en Europoort blijven een open zeeverbinding houden), kan de rivierafvoer opgevangen worden in Haringvliet, Grevelingen, Volkerak Zoommeer en via de Oosterschelde afgevoerd worden naar het Zuidbekken.

 

Dit zoetwater is beschikbaar voor droogte bestrijding en doorspoeling in Zuidwest-Nederland. Hiermee is een peilverhoging in het IJsselmeer met infrastructuur om het zoet water van IJsselmeer naar Zuidwest Nederland te transporteren niet nodig.

 

Om het Rotterdams havengebied door te kunnen spoelen worden naast de schutsluizen ook spuisluizen voorzien in de monding van de Nieuwe Waterweg

 

4.4 Peakshaving in energievoorziening

Na de aanleg van het Zuidbekken en later het Midden- en Noordbekken, kunnen in de gecreëerde binnenmeren, valmeren aangelegd worden. Valmeren zijn diepe putten (bodem ca NAP -30 a -40 m) (vdHaak:Verandert in NAP-12m) met een ringdijk. Deze putten worden voorzien van gecombineerde pomp –waterkrachtcentrales. Indien de energiecentrales op de vaste wal overproductie hebben, kan deze energie gebruikt worden om de valmeren leeg te pompen tot 35 á 40 meter onder NAP. Indien er extra grote energiebehoefte is, kan water via de waterkrachtcentrales weer in de valmeren stromen en zo energie opwekken en toevoegen aan het landelijk net.

Voordeel is dat de energiepieken en –dalen worden afgeschaafd en de elektriciteitscentrales veel gelijkmatiger kunnen draaien. Dit bespaart veel (fossiele) brandstof.

 

4.5 Landaanwinning voor diverse bestemmingen

De nieuwe zeewering kan zodanig worden aangelegd dat binnendijks tegen de zeewering nieuw land ontstaat geschikt voor ruimtelijke ontwikkeling (wonen, industrie, recreatie). Deze grond kan geëxploiteerd worden en de opbrengsten daarvan kunnen een deel van het plan DHZ financieren.

 

DHZ gaat uit van 450.000 bewoners in de eindsituatie, langs de gehele dijk van 150 km lang. Met 2 bewoners per woning komen er 225.000 woningen. De gemiddelde kavelgrootte wordt 300 m2/woning, waarmee totaal 67 km2 bebouwd gebied ontstaat. Voor algemene ruimte (straten, pleinen, groenvoorziening, etc.) rekent DHZ een twee maal zo groot gebied: 134 km2. Voor bedrijfsterrein rekent DHZ 10 km2. Hiermee komt DHZ uit op een totaal voor bewoond gebied van dus 67 + 134 +10 = 211 km2. Bij een breedte van 3 km is de bebouwde lengte ca 70 km. Het resterende deel van het nieuwe land met een gemiddelde breedte van 1 km wordt bestemd voor natuur over een lengte van 150-70 = 80 km.

 

DHZ rekent op een opbrengst van grondverkoop van ca 18 miljard euro. Daarvan is 25 % bedoeld voor kosten van bouwrijp maken, aanleg wegen, nutsvoorzieningen en groenvoorzieningen. Netto opbrengsten zijn dan 13,5 miljard euro.

 

4.6 Natuur

In samenwerking met Borm en Huijgens stelt DHZ dat de geleiding van het rivierwater door Haringvliet, Grevelingen, Volkerak Zoommeer en Oosterschelde veel natuurherstel gaat opleveren. Op het plan van Borm&Huijgens wordt in dit advies niet verder ingegaan (zie hoofdstuk. 2: inleiding).

 

5 Inschatting van de mate waarin die doelen bereikt kunnen worden.

 

De door DHZ aangeleverde informatie is door ons bestudeerd. In dit hoofdstuk geven wij aan in welke mate naar onze mening de door DHZ beoogde doelen bereikt kunnen worden.

 

Hierbij gaan we inhoudelijk in op de vraag of de onderdelen afzonderlijk en het totale integrale plan een goed alternatief biedt voor (onderdelen van) het Deltaprogramma. Dit exclusief de kostenbeschouwingen, dat wordt in hoofdstuk 8 uitgewerkt.

 

5.1 Kustverdediging

 

De erosie van het kustfundament wordt sterk bepaald door de aanzuigende werking van de Waddenzee. Dit proces is dusdanig krachtig dat dit niet te beheersen is.

De huidige aanpak van kustverdediging is daarom gericht op behoud van de kustzone (ruimtelijk), mee groeien met zeespiegelstijging en behoud van recreatieve waarden.

Dit gebeurt nu door jaarlijks 12 mln. m3 te suppleren vlak voor de kust of

incidenteel op het strand. Hiervoor wordt jaarlijks 63 M€ gereserveerd in de begroting. Deze 12 mln. m3 is eigenlijk te weinig, er zou jaarlijks 20 mln. m3 gesuppleerd moeten worden om de zandverliezen in het kustsysteem te compenseren (20 cm zeespiegelstijging in plaats van 18, compensatie extra verliezen door sterkere import in Waddenzee en zandwinning). Naarmate de toename van de zeespiegelstijging zich doorzet zal er ook meer gesuppleerd moeten gaan worden. Een extrapolatie naar de toekomst is momenteel onderwerp van

studie in het Deltaprogramma.

Deze werkwijze is de afgelopen decennia effectief gebleken.

 

Er wordt niet verwacht dat door de klimaatsverandering grote delen van de kust onvoldoende veilig zullen worden. Het plan van DHZ om de kust te verdedigen door de aanleg van een nieuwe dijk 20 a 30 km westelijk van de huidige kustlijn, is overbodig gezien vanuit een potentieel dreigende verzwakking van de kust de komende 50 of 100 jaar. (zie www.haaksezeedijk.nl, prof.Vrijling en Prof. Stive)

 

Daar komt bij dat na de aanleg van een dergelijke dijk, het in stand houden van die dijk zelf ook veel inspanning gaan zal vergen. Door de diepere ligging (bodem NAP-20 m) zal de golfaanval forser zijn dan bij de huidige kust. Kustsuppleties voor het fundament van de dijk zullen dus nodig blijven. Het voorstel van DHZ om stalen golfbrekers voor de kust te plaatsen biedt geen structurele oplossing voor de integrale kustlijnzorg. Deze golfbrekers hebben tot doel lokaal het zand vast te houden door de langsstroom voor de kust te verstoren. Hiermee wordt het totale systeem verstoord en loopt bijvoorbeeld het waddengebied een risico. De zuigende werking van het Waddengebied blijft


Naar onze mening geeft het plan DHZ, vanuit het oogpunt van kustverdediging, geen nieuwe effectievere oplossing ten opzichte van de huidige aanpak, integendeel de problemen kunnen zelfs groter worden vanwege de ligging in dieper water door de daar zwaardere golfbelastingen. Golfdempers kunnen lokaal effect hebben, maar het totale systeem van zandtransporten langs de kust verstoren en daarmee een risico vormen voor het Waddengebied. Daarnaast blijft er onderhoud nodig aan de huidige kustlijn, mogelijk zelfs tegen hogere kosten dan nu. .

(vdHaak: De voornaamste functie voor golfdempers is het dempen van de golven tijdens een storm, daarnaast houden ze het zand vast door het, tijdens de storm weggespoelde, zand weer terug te halen. De Waddenzee haalt zijn zand verder uit de kust uit de 20 km brede zandrivier. Tijdens de aanleg van De Haakse Zeedijk profileerd de zee de juiste helling voor de kust mede door de golfdempers. Daar is extra zand voor gesuppleerd bij de aanleg)

5.2 Hoogwaterbescherming Rijnmond/Drechtsteden

DHZ stelt dat onder extreme omstandigheden het peil in de zuidwestelijke delta met 5,1 meter kan stijgen.

Uit onze eigen schematisaties blijkt dat uitgaande van een worstcase scenario dit bij benadering klopt (als ook rekening wordt gehouden met een interne windopzet als gevolg van storm van 40 cm).

De kans dat deze worstcase zal optreden is overigens slechts 1:1.000.000 (vdHaak: anderen oordelen dit is veel kleiner)dus veel kleiner dan de veiligheidsnormen bij hoogwaterbescherming.

Bij onze eigen inschattingen gaan we uit van een realistischer scenario van 2 dagen zeestand op NAP + 3 m en een grote afvoer op de Rijn en de Maas ongeveer overeenkomstig met de combinatie van de huidige maatgevende omstandigheden3.

Het peil zal dan bijna 4 meter stijgen.

 

Door berging in het Deltagebied en het Zuidbekken in de Noordzee kan deze stijging volgens ons beperkt worden tot een acceptabele 1,5 á 2,25 meter.

Dijkversterkingen zijn daarbij in het Rijnmond/Drechtstedengebied niet of nauwelijks noodzakelijk. De gedachte van DHZ dat dit dan ook bovenstrooms geldt, is niet waar. (vdHaak: waren we het volkomen mee eens) Het effect van het getijde reikt nu tot Schoonhoven en Gorkum (rekening houdend met de zeespiegelstijging kan deze grens ca 10 km oostelijker komen te liggen). Daarboven wordt het effect van het plan DHZ snel kleiner.

 

3 Om de maatgevende omstandigheden te bepalen wordt een groot aantal zeestanden en rivierafvoeren doorgerekend die een kans hebben van 1/10.000 per jaar om tegelijk op te treden. Een soortgelijke combinatie is hierboven hierboven gebruikt.

Om dit plan te laten werken is het inderdaad nodig de Rijnmond permanent van de zee af te sluiten via schut- en spuisluizen in de Nieuwe Waterweg.(vdHaak: dus op dezelfde tijd dat normaal in de toekomst de Waterweg zou worden afgesloten, want de aanleg vergt minstens 30 jaar)


Conclusie is dat voor Hoogwaterbescherming in Rijnmond/Drechtsteden de berging van hoge rivierafvoeren in het Zuid- en Middenbekken in combinatie met een permanente afsluiting van zee, kan leiden tot significante reductie van de maatgevende hoogwaterstanden benedenstrooms van Schoonhoven en Gorkum.

Bovenstrooms hiervan moet aanpassing van de rivier aan grotere topafvoeren wel plaats vinden.

Het plan kan voor hoogwaterbescherming als oplossingsrichting dienen binnen het Deelprogramma Rijnmond/Drechtsteden, al is het wel duur.

 

5.3 Zoetwatervoorziening

In de huidige situatie staat een betrouwbare zoetwatervoorziening in Zuidwest Nederland onder druk. Deze druk zal de komende decennia alleen maar toenemen.

In het Deltaprogramma wordt onder andere het Klimaatscenario Warm en Stoom (droog jaar eens in de tien jaar) uitgewerkt. In dat scenario wordt ervan uitgegaan dat in 2050 tijdens de droogste decade in het zomerhalfjaar van de 990 m3/s aanvoer uit Maas en Rijn, ongeveer 780 m3/s via de Nieuwe Waterweg en Haringvliet afgevoerd wordt (DHZ gaat in haar plan uit van 700 tot 500m3/s).

Als voorbeeld dient het recorddroge voorjaar van 2011. Daarbij drong het zoute water ver de Nieuwe Maas op en verziltte enige dagen de monding van de Hollandsche IJssel. De aanvoer van zoet water naar Rijnland over de Hollandsche IJssel werd daardoor tijdelijk geblokkeerd. Door tijdige maatregelen kon verzilting van dit (agrarisch) gebied in Rijnland c.a. voorkomen worden. Dankzij de ruime

hoeveelheid neerslag in de zomer kon de normale situatie weer hersteld worden. Dit voorbeeld geeft aan dat de zoetwatervoorziening kwetsbaar is.

Het plan van DHZ voorziet in een oplossing hiervoor door het afsluiten van de Nieuwe Waterweg van de zee door middel van een Schutsluis waardoor de zouttong wordt tegen gehouden. Er is dan ook in de toekomst steeds voldoende zoetwater ook zonder buffers aan te leggen.

De lange aanvoerlijnen van water uit IJsselmeer via diverse waterwegen zijn in dit plan niet nodig.

Overigens dient opgemerkt te worden dat het plan DHZ niet ingaat op oplossingen voor het probleem van zoute kwel in diepe polders. (vdHaak: In de toekomst stijgt het zeeniveau en wordt de zoute kwel alleen meer erger. Het peil in de bekkens blijft lager of gelijk aan het huidige zeepeil, de kweldruk verminderd daardoor.


© Copyright 2004-2017 - De Haakse Zeedijk - R. van den Haak